Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 20 april 2016

Het Onderwijs van Nu

Op 9 april heeft Route66 het Onderwijs van de Toekomst gefixt. Gewoon: 40 routers en een paar speciale gasten een dagje opsluiten in een schoolgebouw in Amsterdam-West, en dan komen we er wel uit. Hebben we geen commissie voor nodig. Laat staan zes maanden tijd, of draagvlak in ‘het veld’.

Hup: loonsverhoging voor leraren. Frans uit het pakket en programmeren erin, en alle keuzevrijheid weg bij de ouders zodat de overheid verantwoord etnisch-gemixte eenheidsworstscholen kan creëren. Dat is allemaal hard nodig. Iedereen weet immers: als je leraren maar meer gaat betalen krijg je vanzelf meer en beter gemotiveerde mensen voor de klas – dan trek je net die kanjers over de streep die het voor een hongerloontje niet wilden doen. Daarnaast spreken we in 2032 allemaal Engels en HTML5 met elkaar, toch </question>. En het is van principieel belang dat ieder kind op elke school exact even weinig kans heeft op succes en geluk.

De urgentie werd gevoeld. Want het onderwijs van nu, dat lijkt natuurlijk nergens op. In één van de klaslokalen had een leerling op het bord geschreven: “Meester Hans is het beste meester ooit.” Dat kan natuurlijk niet. Het beste meester ooit, die leefde ergens in een Dik Trom-boek. Toen de dingen nog wel gewoon goed gingen.

Breek.

De wereld verandert. Steeds sneller, zo zeggen we. Sterker nog, de enige constante is verandering. Dat stelt ons voor een paradox. Enerzijds maakt het duidelijk dat we moeten nadenken over de toekomst van ons onderwijs. Daarvoor hoeft het nu echt niet slecht te gaan. Dat doen we om te zorgen dat de kinderen die in 2032 van school komen voorbereid zijn op die toekomst. Anderzijds: Als alles altijd maar zal blijven veranderen, hoe kunnen we nu dan met enige autoriteit besluiten wat er in 2032 geleerd zou moeten worden? Of op welke manier?

Misschien is de oplossing juist wel: niets gaan lopen veranderen. Gewoon effe dimmen met die onderwijshervormingen. Creëer maar gewoon ruimte voor scholen zelf om uit te vinden hoe ze zich willen aanpassen aan de veranderende tijden. Binnen hun identiteit en visie op goed onderwijs, en de kwalitatieve kaders die worden gegeven door die behulpzame vriend, de Inspectie (die we vanaf nu gewoon ‘De Reflectie’ gaan noemen). Laat het maar een beetje op zijn beloop.

We hebben namelijk genoeg om ons druk over te maken wat betreft het onderwijs van nu. Het Nederlandse onderwijssysteem staat op nummer 1 als het gaat om het vergroten of in stand houden van maatschappelijke verschillen. Kinderen worden al in een straatje geduwd als ze elf zijn, zo niet eerder. Dat we de mening van de leraar boven de CITO-score plaatsen bij het inschatten van de talenten van een kind (iets wat o zo logisch klinkt en we met ons volle verstand hebben besloten een paar jaar terug) maakt dat alleen nog maar erger.

Leraren op allerlei scholen kampen met de agressie van leerlingen én ouders die zich tekort gedaan voelen.

Op slechts een kwart van de middelbare scholen worden de verplichte lessen over seksuele diversiteit daadwerkelijk gegeven.

En terwijl gymnasia in Amsterdam leerlingen moeten afwijzen, dreigen basisscholen op het krimpende platteland om te vallen door een gebrek aan leerlingen.

“De school” zo stelde Tweede Kamerlid Paul van Meenen, “is hier, dit gebouw. Waar leraren zijn en kinderen naar toe komen.”

De school is hier, en de school is ook nu. Het onderwijs van vandaag, laten we daar eens mee beginnen.